Experts op het gebied van duurzaam bouwen, financiering en corporate sustainability reporting (CSRD) hebben hun visie gedeeld over de mogelijkheden en uitdagingen van Paris Proof en (toekomstige) Europese wetgeving. Hieronder volgt een kort verslag van deze inspiratiesessies, georganiseerd vanuit de Klimaat Academie Rotterdam, onderdeel van het Plan van aanpak Duurzaam Doorbouwen.
Sessie 1 | Paris Proof Bouwen
door Willem van Genugten van Carbon Lab/Group A
- Paris Proof bouwen betekent ontwerpen, ontwikkelen en bouwen zonder het wereldwijde koolstofbudget te overschrijden. Dit is essentieel om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graad Celsius. De CO2-uitstoot moeten we dus drastisch reduceren. We moeten deze eeuw zelfs naar een flinke netto opslag van CO2 toe.
- Aan de hand van een case study is geïllustreerd hoe ingewikkeld het is om de grenswaarde Paris Proof van 2030 te behalen. Biobased materialen hebben meestal een lagere uitstoot en vaak opslagen CO2. Ze zijn een deel van de oplossing om de grenswaarde van Paris Proof te behalen. Ook moeten meer materialen en gebouwen hergebruikt en renoveert worden. Infrastructuur als ondergrondse parkeergarages zoveel mogelijk voorkomen en slimmer ontwerpen rekening houdend met de bodemgesteldheid.
- Plannen en ontwerpen met CO2 reductie als een van de sleutelcriteria vraagt in een vroeg stadium van het proces fundamentele keuzes in relatie tot CO2: hoeveel draagkracht heeft de bodem, welk type stedelijkheid en welke types gebouwen passen daarbij? Hoe wordt CO2 reductie in tenders en aanbestedingen als sturende verplichting of incentive meegenomen?
- Het financieren van biogene opslag in gebouwen met ‘carbon credits’ biedt een potentiële aanvullende inkomstenbron voor mogelijke boeren, materiaalproducenten en/of ontwikkelende partijen.
Sessie 2 | Financiering Paris Proof
door Maarten Pullen en Renoir Hooft van BBN adviseurs
- Bouwkosten zijn een belangrijke drijfveer bij het maken van ontwerpkeuzes. Sturen op milieu-impact is onlosmakelijk verbonden met de bouwkosten. Dit gaat dus samen op. De opbrengsten van duurzame woningen zien we nog niet terug in de verkoop van woningen. In de toekomst verandert dit mogelijk wel.
- Factoren zoals de vormgeving van het gebouw, de keuze voor draagconstructies (bijvoorbeeld houtbouw) en andere fundamentele ontwerpbeslissingen hebben een grote impact op de materiaalgebonden CO2.
- Voor ‘Paris Proof’ gebiedsontwikkeling zijn de volgende sturingsgebieden genoemd: mobiliteit, inrichting openbare ruimte, gebouwen (energie en materiaalgebruik) en compensatie groen.
- Hoewel er nog geen eenduidige methoden zijn om de waarde van duurzaamheid te bepalen, zijn er wel degelijk mogelijkheden om hierop in te spelen, bijvoorbeeld door te werken met ESG-criteria en de EU Taxonomie.
Sessie 3 | Duurzame financiering en waardebepaling
door Michael Peeters TU Delft
- Traditionele waardebepaling (sales comparison, cost approach, income approach) wordt steeds complexer door de opkomst van duurzaamheid. Nieuwe factoren zoals technologische waarde, esthetische waarde en functionele waarde spelen een steeds grotere rol. Hoewel er nog geen duidelijke ‘green premium’ is, is er wel een ‘brown discount’. Dit betekent dat niet-duurzame projecten minder aantrekkelijk zijn voor investeerders.
- De Europese Unie heeft de afgelopen jaren een ambitieus kader opgezet om de transitie naar een duurzame economie te versnellen = Green Deal. Deze regelgeving (CSRD, SFDR, EU Taxonomie) heeft als doel om transparantie te vergroten, duurzame investeringen te stimuleren en de impact van economische activiteiten op het milieu en de maatschappij te verminderen. De EU Taxonomy, in het bijzonder, speelt een cruciale rol bij het definiëren van wat een duurzaam project is, zowel op projectniveau als in grotere gebiedsontwikkelingen.
- De EU Taxonomie richt zich op economische activiteiten. Overheidsinstellingen zijn niet rapportageplichtig t.a.v. EU Taxonomie. Voor gebiedsontwikkeling en als gemeente is het desalniettemin interessant om te onderzoeken welke onderdelen binnen de EU Taxonomie raakvlakken hebben met het stedebouwkundig beleid, duurzaamheidsbeleid (energie, circulair, klimaatadaptatie, biodiversiteit, etc. )e n ook inkoopbeleid.
- Het Europese emissiehandelssysteem (ETS II) en het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) hebben aanzienlijke gevolgen voor de bouwsector. De introductie van het ETS II en het CBAM leidt tot hogere kosten voor bedrijven in de bouwsector. Met de invoering van ETS II vanaf 2027 worden gebouwen en de mobiliteitssector meegenomen in het emissiehandelssysteem. De prijzen van bouwmaterialen zullen naar verwachting stijgen, wat gevolgen heeft voor de totale bouwkosten. Het CBAM is een aanvullend mechanisme dat bedoeld is om te voorkomen dat bedrijven hun productie verplaatsen naar landen met minder strenge klimaatregels.
Wil je ook duurzaam doorbouwen in Rotterdam?
Vanuit XPLOR zijn er al diverse marktpartijen, corporaties en kennisinstituten aangesloten om samen te ontwikkelen, te experimenteren, te leren en te delen, maar nieuwe of aanvullende kennis is altijd welkom.
Wil je ook meepraten of heb je een vraag of idee? Stuur dan een mailtje naar: [email protected].